Peak Performance



Meer informatie over 'achtduizenders' 
Katja Staartjes beklom een aantal toppen boven 8000 meter en leidde verscheidene expedities. In haar lezingen neemt zij u met adembenemende beelden mee naar grote hoogten. 
Het leven tijdens een klimexpeditie is extreem; je doet een schat aan ervaring op. Daarom, én omdat er zoveel parallellen zijn met het dagelijks leven en werk, leent een dergelijke expeditie zich bij uitstek voor een inspirerende lezing. Een verhaal dat impact heeft en een verbinding legt naar uw situatie. Meer over de Lezingen

Leven tijdens expedities: alles op scherp
Tijdens een expeditie naar 8000 m word je niet alleen lichamelijk op de proef gesteld, vooral mentaal moet je over veerkracht beschikken. Je krijgt te maken met de ijle lucht en temperaturen van min 25°C, verwoestende stormen en ingesneeuwde tenten. Je moet kunnen doorzetten, maar vooral ook geduld hebben voor het juiste moment van de toppoging. Zonder enige vorm van luxe ben je teruggeworpen op de natuur, op jezelf en op je team- genoten. Er zijn risico’s als lawines, onzichtbare gletsjerspleten en vallend gesteente. De kleinste fout kan fataal zijn en de kans is groot dat ieder tegen zijn grens aan zit. Dat zet alles op scherp en als team kom je dan ook snel tot elkaar. Dan blijkt onmiskenbaar of de samenwerking goed loopt. Of juist niet. En of het mogelijk is om al dan niet samen de top te halen. Maar vooral gezond en wel terug te keren.

Topprestatie: een top>8000 m
De wereld telt 14 bergen boven achtduizend meter. Het succesvol beklimmen van één van deze pieken is een ware tour de force. Hoe hoger je komt, hoe lager de zuurstofspanning in de lucht en hoe groter de kans dat je last krijgt van hoogteziekte. Het begint onschuldig met hoofdpijn en misselijkheid, maar de situatie wordt ernstiger met evenwichtsstoornissen. Levensbedreigend wordt het bij longoedeem of hersenoedeem. Je kunt de kans op hoogteziekte verkleinen door veel te drinken en langzaam te stijgen. 
Boven de 7500 m wordt gesproken over Zone des doods: er is zo weinig zuurstof in de lucht, dat ieders lichamelijke en geestelijke vermogens ernstig worden aangetast. Op deze hoogte kun je hooguit een paar dagen in leven blijven. Het is dan ook zaak, eenmaal hoog op de berg, dat je de goede beslissingen neemt en voldoende reserves bewaart voor de afdaling.

Een stap terug, om twee stappen vooruit te zetten
Tot 7500 m kan het lichaam zich aanpassen aan het zuurstoftekort, mits je het de tijd geeft. Dat is de reden om verschillende tentenkampen in te richten op de berg. Zo kunnen de klimmers langzaam wennen aan de steeds ijlere lucht, ook wel acclimatiseren genoemd. Tussendoor ga je telkens terug naar het basiskamp, een absolute noodzaak voor fysiek herstel (lager en dus meer zuurstof) en voor de logistieke operatie. Je doet dus letterlijk een stap terug, om vervolgens twee stappen vooruit te kunnen zetten! Geduld is niet alleen een schone zaak, maar een absolute vereiste bij het beklimmen van een achtduizender.

Toppoging
Pas wanneer alle kampen zijn ingericht, de klimmers voldoende geacclimatiseerd en de weersomstandigheden goed, kan een daadwerkelijke toppoging worden ondernomen. In deze laatste fase van de beklimming komt het er echt op aan of de top gehaald wordt, zowel voor het team als voor de individuele klimmer. Het moge duidelijk zijn, dat goede samenwerking binnen het team cruciaal is voor het welslagen van een expeditie.

Expedities naar een achtduizender zijn omvangrijke projecten van minimaal 2 maanden.
Voor meer informatie over de beklimmingen van Katja Staartjes: lees verder bij Expedities.
Terug naar Lezingen - overzicht
 

 

 


< English