Manaslu najaar 2008



    Manaslu (8163 m), Nepal - najaar 2008
Expeditie: Nederlandse expeditie, zonder O2 
Team: Henk Wesselius, Katja Staartjes + kok Lobsang in basiskamp (geen klim-ondersteuning) 
Route: normaalroute (noord-oostkant)
Resultaat najaar: voortop: 8140 m (3 oktober), Nederlandse primeur. De echte top werd in 2009 voor het eerst bereikt door Jan de Lint, in een commerciële expeditie met zuurstof plus volledige ondersteuning van gidsen en sherpa's.
Compleet verslag: zie expeditie-website

  


Herkansing
De expeditie in het voorjaar naar Manaslu was een prachtige ervaring geweest, maar het resultaat was ronduit teleurstellend. Zo’n sterk team…
Al tijdens de terugtocht van Manaslu naar Kathmandu nam Katja zich voor een hernieuwde poging te gaan doen op deze ‘berg van de ziel’. Lang zou dat niet duren: 3 maanden later keerden Katja en Henk al terug. Nu slechts met z’n tweëen. Het was de volgende ontwikkelingsstap in hun expeditieloopbaan: een achtduizender beklimmen zonder verdere ondersteuning van teamleden of klimsherpa’s. Alleen kok Lobsang vergezelde het tweetal in het basiskamp en dat was heerlijk vertrouwd. Hoewel het ook stil en anders was zonder Miriam, Niels en Menno.

Dezelfde berg, compleet anders
Het was ongelooflijk, hoe Manaslu in drie maanden was veranderd. Het leek wel een compleet andere berg. Bij aankomst (8 september) lag er geen sneeuw in het basiskamp, de gletsjer op weg naar kamp 1  was verijsd en zat vol spleten. Een deel was zelfs zo onbegaanbaar, dat je door de rotsen moest klimmen boven de gletsjer. Ook boven kamp 1 zat de seraczone vol met gletsjerspleten. Katja en Henk hadden geluk dat een andere expeditie ladders had meegenomen. Tot kamp 3 (6700 m) beoordeelden ze de route als lastiger dan in het voorjaar. Daarboven waren de omstandigheden echter gunstiger: harde sneeuw in plaats van het ijsblokjes-ijs dat we in het voorjaar hadden aangetroffen. Er was echter nogal wat geduld nodig om uberhaupt zo hoog op de berg te komen.

Sneeuw en nog eens sneeuw
Katja zegt over het vervolg van deze expeditie: “Na een eerste succesvolle klimronde is het gedaan met de pret: er volgen dagen van aanhoudende sneeuw. Er valt uiteindelijk in 10 dagen tijd maar liefst 4 meter (!). Nooit eerder maakten we zo iets mee. Twee keer gaan we omhoog, slechts met het doel om onze tent in kamp 1 te redden. Twee keer graven we de tent uit en verplaatsen deze naar het nieuwe en hogere sneeuwniveau.
Pas op 28 september zijn de omstandigheden zodanig dat de teams voor het eerst weer echt omhoog kunnen. Doel is zo hoog mogelijk te komen, en eventueel zelfs direct een toppoging te doen. We hebben tot dan toe alleen geslapen op 5750 m (kamp 1), bepaald geen ideale acclimatisatie voor een topronde. Toch gaan we het er op wagen. Maar zien waar het schip strandt.

Topronde
In één push gaan we nu door: twee nachten op 6400 m (kamp 2), één nacht op 6700 m (kamp 3) en daarna door 7450 m, ons vierde kamp. Zonder slag of stoot gaat dit niet. In kamp 3 is er grote twijfel over het lawinegevaar. Een Zwitsers team (Kobler) blaast de aftocht. Diverse teams besluiten een dag te wachten. Na veel wikken en wegen besluiten wij achter het team van Himex aan te gaan, die als eerste van het seizoen omhoog gaat richting 7450 m, hun ijzersterke sherpa’s voorop.
Met een heel klein groepje vertrekken we de volgende dag (3 oktober) richting top. Henk en ik houden de klimmers van Himex gedurende eerste uren nog goed bij, daarna gaan zij – door het gebruik van extra zuurstof – sneller dan wij. De hoofdsherpa van het Himex-team vraagt of zij ons 70 m lange touw mogen lenen, zij zullen het dan fixeren. We geven het touw af, op voorwaarde dat ze het aanbrengen op de smalle graat vlak onder de top, en niet eerder.

8130 m, bijna op de voortop van Manaslu (3 okt)
3okt; uitzicht vanaf de voortop (8140 m) op de echte top van Manaslu (8163 m)
Aankomst kamp 4 op 7400 m (2 okt)
Op weg naar kamp 4 op 7400 m (2 okt)
Op weg naar kamp 4 op 7400 m (2 okt)
Afdalen door het doolhof van de gletsjer (6000 m)

De top?
Naar mijn idee moeten we nog een heel eind, als ik de klimmers van Himex elkaar zie omhelzen op een klein rotstopje. Ik begrijp het niet: dat is niet de top die ik mij van de foto’s uit de literatuur herinner. Tien minuten later, daar aangekomen, lijkt het weliswaar het hoogste punt. Maar als je een stukje naar links gaat, zie je dat de berg nog doorloopt: de werkelijke top ligt zo’n 50 meter verder en circa 20 meter hoger. We zijn compleet in verwarring. Hoezo top? Maar het ergste van alles is misschien wel dat ons touw ‘weg’ is. Het blijkt door Himex te zijn aangebracht onder de voortop, dus pal onder het punt waar we op dat moment staan. Het Himex team heeft haast – hun zuurstof raakt op – dus zij piekeren er niet over om verder te klimmen en willen afdalen. Langs ons touw.
Wat te doen? We kijken nog eens goed naar de maagdelijke topgraat: we zien corniches (overhangen) en de sneeuw ziet er onveilig uit: van die verijsde plakkaten. Moeilijk, maar we besluiten uiteindelijk dat de graat te gevaarlijk is om op deze hoogte te trotseren zonder goed materiaal, en matig geacclimatiseerd als we zijn. Helaas, 8140 meter is op dit moment het hoogst haalbare.

Integriteit
Wie schetst onze verbazing als later blijkt dat de klimmers met wie we de voortop deelden, melding maken van het bereiken van de top. We staan paf.
Maar uiteindelijk is het één grote eyeopener. Dit is dus wat er gebeurt. En niet alleen in het expeditieklimmen. Want wist ik eigenlijk niet al lang dat mensen de neiging hebben hun prestaties op te blazen? Gebeurt dat niet dagelijks om ons heen? In de sport? Met cv’s? In het bedrijfsleven? Een beetje overdrijven? De waarheid iets mooier maken dan die is? Tja, iedereen mag het noemen zoals hij wil.
Ik haal liever voldoening uit de voortop, dan dat ik de waarheid opblaas en er de echte top van maak. Werkelijke prestaties en de voldoening en inspiratie van de weg er naar toe, dat is waar het om gaat. Niet alleen in het klimmen, maar overal.

Terugkijken
Wat zou er zijn gebeurd als wij waren doorgeklommen? Wie zal het zeggen. Ik heb er van wakker gelegen. Misschien hadden we dit keer meer risico moeten nemen. Maar aan de andere kant, wij vonden het op dat moment, op 8140 m, niet verantwoord door te klimmen zonder materiaal, als enigen en eersten van het seizoen, en matig geacclimatiseerd.
Inmiddels heeft alles kunnen bezinken. En denk ik dat we op dit punt de juiste beslissing hebben genomen. Uiteraard leerden we opnieuw lessen, in wat de volgende keer anders of beter kan.
Soms is 100% niet haalbaar, en moet je je tevreden stellen met 99%. Ik kan me er (steeds beter) bij neerleggen en trots zijn op wat we wél bereikt hebben: met z’n tweetjes, zonder klimsherpa’s, zonder zuurstof, met een matige acclimatisatie en zonder vaste kampen – stonden we op de voortop van een van ’s wereldse hoogste bergen. Ik durf met recht te stellen dat dit een grootse prestatie is.”

Henk net boven basiskamp in de rotsen boven de gletsjer
Boven kamp 1 (6050 m), waar de gletsjer geheel open ligt
Henk komt aan op 6800 m, waar we de tent opzetten (30 sept)


< English