Ama Dablam 2003



 

Ama Dablam (6856 m), Nepal
Expeditie: deelname kleinschalige commerciële expeditie via Britse organisatie Jagged Globe
Expeditieleider: Rick Marchant
Team: Rick, Isabelle Santoire, Sandra Rutherford, Arie Vreugdenhil, Henk Wesselius en Katja Staartjes + de sherpa’s Pema Norbu en Dawa Tenzing
Gevolgde route: normaalroute (zuidwest-graat)
Top: 9 december 2003, samen met Henk, Rick, Isabelle, Pema Norbu en Dawa Tenzing


Prachtige berg
De Ama Dablam, gelegen in de buurt van Mount Everest, wordt wel beschouwd als één van de mooiste bergen van Nepal. In het boek Hoog in de ijle lucht schreef Sir Edmond Hillary: ‘De meest indrukwekkende top van dit gebied is wel de Ama Dablam – een kolossale monoliet van rotsen en ijs, in de vorm van een tand. De eerste indruk is er een van ongeloofwaardigheid: “Zo iets bestaat niet!” was de reactie van een van de leden van onze groep, toen we in 1951 voor het eerst naar de berg opkeken.’
De top werd uiteindelijk pas bereikt op 13 maart 1960 door niemand minder dan Edmond Hillary en een aantal teamgenoten.

Nederlanders op de Ama Dablam
Tot 2003 lukte het slechts vier Nederlanders de top van deze berg te bereiken: in 1990 Ray Delaney (eigenaar van Kathmandu Buitensport Utrecht), in 1995 Robert Eckhardt en in 2002 Frits Vrijlandt. De in Duitsland woonachtige Anna Karliczec (Poolse van geboorte) was in 2002 de eerste vrouw met een Nederlands paspoort op de top. In alle gevallen werd de normaalroute gevolgd, via de zuid-westgraat. 

Beklimming najaar 2003
Na het vele werk aan het plan van de Makalu-expeditie (zie onder) en na een periode van bezinning besloten Katja Staartjes en Henk Wesselius zich te richten op een lagere, maar technisch lastiger berg. Het oog viel op Ama Dablam. Daarna zocht het stel samen met goede vriend Arie Vreugdenhil een kleinschalige expeditie om zich bij aan te sluiten. Die werd gevonden via Jagged Globe: naast de expeditieleider bestond het team uit slechts 2 andere klimmers: Sandra Rutherford en de partner van Rick Marchant: Isabelle Santoire. Het zeskoppige team volgde de normaalroute en werd ondersteund door 2 sherpa’s. Doordat het een late najaarsbeklimming betrof, was het team als enige actief op de berg, wat tegenwoordig uniek genoemd mag worden.
Het weer was gedurende deze periode stabiel, al werd het met de dag kouder en waaide het telkens zeer hard. Dit was mede de reden, dat de topbeklimming werd uitgevoerd vanuit kamp 2 op 5950 m, een soort arendsnest in de luwte van de graat. Normaal geschieden topbeklimmingen vanuit kamp 3 op 6300 m, aangezien kamp 2 slechts een paar tenten kan herbergen. Maar van drukte had het team natuurlijk geen enkele last, dus er was precies genoeg plek.
Vier van de zes teamleden ondersteund door de sherpa’s haalden de top. Het gehele team keerde gelukkig gezond en wel terug in het basiskamp. 

                                                           Klik voor uitvergroting foto's

 


< English